De glycemische index (GI) kent voor- en tegenstanders. Volgens het tijdschrift American Journal of Clinical Nutrition zou men de gezondheidswaarde van koolhydraatrijke voedingsmiddelen op basis van de GI, de glycemische lading, maar ook de voedingsvezels en de ‘intacte’ granen moeten bepalen.
De glycemische index (GI) geeft aan in welke mate de bloedsuikerspiegel stijgt na het eten van een voedingsmiddel dat 50 g koolhydraten bevat. In Europa wordt glucose hierbij als referentie gebruikt. Op basis van de GI kunnen we voedingsmiddelen met elkaar vergelijken en indelen naargelang ze de bloedsuikerspiegel snel, matig of traag doen stijgen. De GI vormt de basis van heel wat diëten die –indien men de voorkeur geeft aan voedingsmiddelen met een lage GI – het risico op heel wat ziektes zouden verlagen. Maar de GI kent ook zijn grenzen, want de combinatie van verschillende voedingsmiddelen geeft absoluut niet meer de GI van alle aparte componenten van een maaltijd (bv. als je melk bij cornflakes doet, krijgen die een lagere GI). Bovendien verandert de GI van een voedingsmiddel niet, ongeacht de geconsumeerde hoeveelheid. Nochtans is het effect op de gezondheid niet gelijk. Om die reden werd de glycemische lading (GL) in het leven geroepen. Deze baseert zich op de GI én de hoeveelheid koolhydraten van de portie.
Reacties
De discussie is voorbehouden aan leden
Meld u aan om de reacties van andere zorgprofessionals te raadplegen en zelf te reageren. Registreren is gratis.
Inloggen Mijn account gratis aanmaken