De voorbije jaren zijn wetenschappers steeds meer aandacht gaan besteden aan de voeding van zwangere vrouwen omdat die een aanzienlijke invloed heeft op de ontwikkeling van de foetus, en ook op de latere ontwikkeling van het kind. Dit onderwerp stond centraal tijdens de vele debatten op de 11e Europese voedingsconferentie in Madrid.
Tijdens de zwangerschap stijgt de voedingsbehoefte uiteraard, maar niet alleen voor de groei van de foetus: ook om de gezondheid van de toekomstige moeder te beschermen. Bovendien wijzen recente wetenschappelijke bevindingen erop dat het eetgedrag van de moeder een niet te verwaarlozen invloed heeft op korte en middellange termijn, zowel op de gezondheid als op de ontwikkeling van het kind. Experts hebben het over ‘voedingsplanning’, een concept dat tal van deuren opent op het gebied van preventie.
Placenta en vetzuren
Uit recent onderzoek blijkt dat de overdracht van vetzuren via de placenta een fundamentele rol speelt in de neuronale groei en ontwikkeling van de foetus. Een uitgebreide literatuurstudie heeft bijvoorbeeld aangetoond dat omega-3-vetzuren met lange keten het risico op vroeggeboorte beïnvloeden, en ook het geboortegewicht1. In het kader van dit onderzoek werden meer dan 2200 zwangere vrouwen onderworpen aan gerandomiseerde klinische testen met controlegroep. Uit de analyse blijkt een verband tussen enerzijds een hoge consumptie van omega-3 uit vis en zeevruchten en anderzijds een verlaging met bijna de helft van het risico op vroeggeboorte vóór 37 weken en vóór 34 weken, in vergelijking met de controlegroep (met een lage inname van omega-3). In de groep met suppletie bevielen de vrouwen gemiddeld 4,5 dagen later dan in de controlegroep. Het geboortegewicht was ook significant hoger: gemiddeld 71 g.
Niet alle transvetzuren zijn per se schadelijk.
Een andere studie onderzocht de negatieve invloed van andere vetzuren, de transvetzuren, op de groei van de foetus2. Bij 1369 vrouwen werd in het eerste en tweede trimester van de zwangerschap de hoeveelheid geconsumeerde transvetzuren geëvalueerd. De auteurs van het onderzoek stelden bij de geboorte een positief verband vast tussen de totale consumptie van transvetzuren in het tweede trimester van de zwangerschap en het geboortegewicht van de baby. Elke stijging van deze hoeveelheid met 1% resulteerde in een lichte verhoging van het gewicht van de baby, wat uiteraard vragen oproept over een te grote inname in het eetpatroon van de moeder. Dit verband geldt weliswaar slechts voor 16:1t en 18:2tc, wat er dus op wijst dat niet alle transvetzuren per se schadelijk zijn.
Zwangerschap en obesitas
Professor Lucilla Poston van het St. Thomas-ziekenhuis in Londen benadrukt dat zwaarlijvige vrouwen te maken krijgen met meer complicaties tijdens hun zwangerschap en hun bevalling: pre-eclampsie, insulineresistentie en diabetes, verplichte keizersnede, behoud van de zwangerschapskilo’s enz. Baby’s van zwaarlijvige vrouwen lopen ook een groter risico op sterfte tijdens de bevalling en op aangeboren misvormingen. Waarschijnlijk is hun risico op obesitas op latere leeftijd ook groter. Volgens Poston moeten in dergelijke extreme gevallen ook extreme maatregelen worden genomen: een vermageringsdieet met behulp van geneesmiddelen vóór de zwangerschap en lichaamsbeweging tijdens de hele zwangerschap.
Zwaarlijvige moeders kunnen ook te maken krijgen met meer onverwachte problemen. Een Zweedse studie toont de negatieve invloed van een obese moeder aan op de ontwikkeling van astma bij het kind, in vergelijking met moeders met een normaal gewicht3. Dit onderzoek werd gevoerd bij 129.000 vrouwen die in Stockholm woonden en hun 189.000 kinderen. Kinderen van moeders met een ernstige vorm van obesitas vóór de zwangerschap (BMI >35) bleken 61% meer risico te lopen op de ontwikkeling van astma rond de leeftijd van 8 à 10 jaar. Voor vrouwen met ernstig overgewicht bedroeg dit percentage 41% en voor vrouwen met licht overgewicht 18%. Volgens de wetenschappers is de oorzaak te wijten aan een wijziging van het immuunsysteem van het kind die allergieën in de hand werkt.
Foliumzuur en gedrag
Het gunstige effect van foliumzuur op de ontwikkeling van de neurale buis en bij de preventie van spina bifida is al langer gekend. Toch is het minder duidelijk wat de langetermijneffecten zijn van de inname van foliumzuursupplementen tijdens de zwangerschap. Het project NUTRIMENTHE, dat gelanceerd werd binnen het Zevende Kaderprogramma van de Europese Commissie, evalueert sinds 2008 in acht Europese landen en in de Verenigde Staten de invloed van omega-3-vetzuren met lange keten, ijzer, zink en vitaminen van de B-groep op de prestaties en de cognitieve ontwikkeling van kinderen in verschillende leeftijdsgroepen. Het project loopt gedurende vijf jaar en begint al enkele eerste resultaten op te leveren: zo is bijvoorbeeld een duidelijk verband aan het licht gekomen tussen het niet innemen van foliumzuursupplementen tijdens de zwangerschap en gedragsstoornissen bij het kind op latere leeftijd.
Kinderen van moeders met ernstige obesitas voor de zwangerschap lopen 61% meer risico om astma te ontwikkelen rond de leeftijd van 8-10 jaar.
Deze eerste gegevens worden deels bevestigd door een Noorse cohortstudie die tussen 1999 en 2008 werd gevoerd bij zwangere vrouwen4. Hun 38.954 kinderen werden gedurende drie jaar regelmatig onderzocht om hun evolutie te meten op het gebied van taalverwerving. De resultaten werden vergeleken met de inname van foliumzuur door hun moeder tijdens de kritieke fase van de zwangerschap (tussen de vier en de acht weken na de bevruchting).
Ongeveer 0,5% van de kinderen (n=204) kampte op driejarige leeftijd met ernstige spraakstoornissen. Van iets minder dan de helft van die kinderen (n=81) had de moeder geen foliumzuursupplementen ingenomen tijdens de zwangerschap. Deze kinderen werden als referentiegroep beschouwd om de impact van supplementen te evalueren. De inname van een voedingssupplement zonder foliumzuur werd geassocieerd met een iets hoger significant risico van 4%, terwijl suppletie met uitsluitend foliumzuur en suppletie met een combinatie van foliumzuur en andere voedingsstoffen beide samengingen met een verlaging van het risico met 45% in vergelijking met de controlegroep. Volgens de auteurs van deze studie zijn foliumzuursupplementen dus een goed voorbeeld van vroege voedingsplanning bij kinderen. Ze raden vrouwen dan ook aan om nog meer aandacht te besteden aan hun voeding tijdens de zwangerschap.
- Salvig J.D., Lamont R.F., Acta Obstet Gynecol Scand, augustus 2011; 90(8): 825-38.
- Cohen J.F.W. et al., Am J Clin Nutr, november 2011, ajcn.014530.
- Lowe A. et al., J Allergy Clin Immunol, november 2011; 128(5): 1107-1109.e2.
- McKeague I.W. et al., JAMA, 2011; 306(104): 1566-1573.

Reacties
De discussie is voorbehouden aan leden
Meld u aan om de reacties van andere zorgprofessionals te raadplegen en zelf te reageren. Registreren is gratis.
Inloggen Mijn account gratis aanmaken