Pinda-allergie is de meest voorkomende voedselallergie, en gaat vaak gepaard met eczeem en allergie voor eieren. Dit probleem kan zich al op jonge leeftijd voordoen, zelfs bij baby’s. In veel gevallen kan deze allergie voorkomen worden of onder controle worden gehouden. Een vaak gebruikte strategie bestaat erin om pinda’s geleidelijk weer te introduceren als het kind overstapt op vast voedsel.

Deze herintroductie moet altijd worden opgestart onder toezicht van een zorgprofessional, maar in de meeste gevallen kunnen de ouders van de baby het naderhand overnemen – zo luiden de nieuwe richtlijnen gepresenteerd op het jaarlijkse congres van het American College of Allergy, Asthma, and Immunology.

Voedselallergie: is het allergene product opnieuw aanbieden een goed idee?

Ouders met een allergische baby weten vaak niet wat te beginnen. Deze nieuwe richtlijnen willen zowel ouders als kinderartsen houvast bieden. Ze leggen uit hoe en wanneer de ouders opnieuw voedingsmiddelen met pinda kunnen introduceren in de voeding van hun baby.

Alles hangt af van de leeftijd en de ‘gevoeligheidsdrempel’ van het kind. De eerste stap? Vaststellen of er echt sprake is van een risico op pinda-allergie. Is dat het geval, dan volgt een beoordeling van het risiconiveau: baby’s met een hoog risicoprofiel hebben vaak ernstig eczeem en/of zijn allergisch voor eieren.

Baby’s met een hoog risicoprofiel moeten worden opgevolgd door een bekwame professional, die het kind al dan niet kan doorsturen naar een allergoloog voor eventuele tests. Dat moet gebeuren voor er weer voedingsmiddelen met pinda worden aangeboden. Een positieve allergietest alleen is niet voldoende om een pinda-allergie te diagnosticeren. Er kan pas een diagnose worden gesteld als er sprake is van een positieve test én als het kind last heeft van symptomen na het eten van voedingsmiddelen die pinda bevatten. Baby’s die gevoelig zijn voor pinda’s, zijn niet noodzakelijk allergisch.

Voor baby’s met een hoog risicoprofiel wordt aanbevolen om voedingsmiddelen met pinda’s te introduceren vanaf vier à zes maanden, maar pas nadat de arts heeft vastgesteld dat deze voedingsmiddelen ‘veilig’ kunnen worden aangeboden.

Vooral zuigelingen die gevoelig zijn voor pinda’s (en die bijvoorbeeld positief hebben getest) hebben volgens LEAP (Learning Early About Peanut) baat bij de vroege introductie van voedingsmiddelen met pinda’s. De allergoloog zal de ouders uitleggen wat de risico’s zijn. Zij kunnen dan opnieuw pinda’s gaan aanbieden.

Bij kinderen met mild tot matig eczeem van zes maanden of ouder die al overgestapt zijn op vast voedsel, is een beoordeling niet nodig. Deze kinderen kunnen thuis starten met de herintroductie van pindahoudende voedingsmiddelen, onder toezicht van de ouders.

Ook kinderen met een lichte gevoeligheid voor pinda’s (weinig en milde symptomen) die geen last hebben van eczeem of ei-allergie, kunnen thuis geleidelijk aan weer beginnen met pindahoudende producten, onder toezicht van de ouders.

Vroege introductie zou geen gevaar meebrengen

De nieuwe richtlijnen omvatten verschillende manieren om voedingsmiddelen met pinda’s opnieuw aan te bieden. Ze zijn ook aangepast aan de leeftijd van het kind en de voedseldiversificatiefase.

Geef nooit hele pinda’s! Het is uiterst belangrijk dat ouders zich bewust zijn van het risico op verstikking. Begin ook enkel met het aanbieden van pindahoudende voedingsmiddelen als het kind gezond is.

Hoe valt de vroege introductie van voedingsmiddelen met pinda te verzoenen met de aanbeveling om gedurende zes maanden uitsluitend borstvoeding te geven? De auteurs verwijzen naar een recente studie. De introductie van pinda’s zou volgens deze studie geen invloed hebben op de duur of de frequentie van de borstvoeding, en evenmin een negatief effect hebben op de groei of de voeding. Allergologen maken in hun praktijk ook gebruik van de video ‘Laat je baby kennismaken met pinda’s’.

PP

Pierre Pérochon

Diététicien nutritionniste hospitalier

Bewaren Favoriet